Loading...
Moederschap

Schijnheilig?

Schijnheilig?

 

“Mama waarom heeft Rudolf een rode neus?”

“Hij zal wel verkouden zijn, schatje”

“En kan hij echt vliegen, mama?”

En nu kom ik dus voor een dilemma te staan. Met Sinterklaas hou ik haar natuurlijk al jaren voor de gek door schijnheilig mee te doen aan alle opschudding rondom die oude man in een jurk, maar ja, hoe lang hou ik dat nog vol.

“Nee schatje, hij kan niet vliegen”

Nu komt het, dacht, ik, de desillusie.

“Oh, nou, dan trekt hij de slee van de kerstman dus gewoon over de grond, net als wij sleeën”.

“Ja schatje, dat klopt”.

En dat was het weer, geen diepteverhoor, geen twijfels. Het klinkt allemaal logisch. De vragen zijn beantwoord, we gaan weer door met het leven.

 

Vorige de week gaf ik een vriendinnetje nog een schopje toen ze iets wilde verklappen over sinterklaas.

“Ken je Joris? Nou, die ene piet, dat was…..”

Ze begreep het meteen.

Toen ik haar apart nam en zei dat mijn dochter “er nog in geloofde” was ze ook weer heel begripvol.

’s Avonds belde ik haar moeder om dit te vertellen.

Ze schoot in de lach.

“Ehhh, mijn dochter (8 jaar) gelooft ook nog steeds in sinterklaas, hoor!”

Blijkbaar was mijn verkapte bekentenis voor haar zo logisch als wat. Het sloeg op die Joris!

Pfffieuw, bijna had ik haar de illusie ontnomen.

Al hoor ik ook verhalen van kinderen die hun geloof vasthouden, omdat ze het zo leuk vinden dat hun moeder er nog in geloofd!

 

Je kent ze vast wel al die vragen.

Waarom is Piet zo zwart?

Hoe komt ie door de schoorsteen?

Waarom ziet deze sinterklaas er anders uit?

Gaat hij echt door heel Nederland?

Waar in Spanje woont hij?

Waarom heeft Floor vannacht wel wat in haar schoentje gekregen en ik niet?

Hee, wat doet die wortel weer in de koelkast?

Ga zo maar door.

 

En wat ben ik creatief in het verzinnen van redenen die mijn kinderen nog wat langer doen laten geloven, want wat vind ik het leuk dat ze dat doen, die opwinding. Maar wat ben ik weer blij als hij weer opgehoepeld is. Weer rust in de tent. Dat zo’n ouwe in jurk mijn wereld zo op z’n kop kan zetten. Kijk, als het nou een mooie jonge vent, met strak lijf was, ala, daar heb ik ook nog wat aan, maar zo’n ouwe…

 

En dan komt dus kerst en dan begint het weer helemaal opnieuw. Al hoor ik om me heen dat er over kerst toch minder geheimzinnig wordt gedaan. Ik twijfel weer, vertel ik het nou wel of niet. Ik besluit gewoon af te wachten en alleen in te gaan op haar vragen.

Kadootjes komen plots weer “floep” onder de boom. No questions asked. Hij is gewoon geweest. Ik krijg nog geen vragen over of de kerstman een sleutel heeft of hoe Piet dan binnenkomt omdat wij geen schoorsteen hebben. Die logica is blijkbaar niet nodig bij de aanblik van nog meer kadootjes onder de boom.

 

Voorlopig wordt er uit volle borst liedjes gezongen en dat is dan wel weer iets wat ik elke keer zo leuk vind. Als ze het even niet weten, wordt er van de alwetende mama verwacht dat ik ze ook ken en meezing, maar meestal wordt er eerst even naar de tekst en muziek gegoogled. Lang leve You Tube als leermeester.

Er heerst naast de opwinding dan ook een heerlijke vrolijkheid in het huis.

De boom optuigen wordt met veel plezier gedaan en de ruzie tussen de zusjes, over wie de engel mag ophangen, wordt weer gesust.

“Kerst is het feest van de vrede, hoor!” en ondertussen ervaar ik een lichte mate van walging over de zoveelste cliché, die ik weer gebruik.

 

Wij zouden nuchtere Nederlanders zijn. Toch willen ook wij geloven. Want zoals elk jaar weer bewijst, geeft het geloven in iets, ons een gevoel dat we ons masker van zakelijke Hollanders even mogen laten vallen.

Daarom houd ik de illusie in stand. Ik wil gewoon graag geloven.

Ik laat mijn kinderen geloven dat Sinterklaas bestaat, zodat ik wat kan geven en geloven dat dat mijn kinderen gelukkig maakt.

Ik wil graag geloven in “vrede op aarde” tijdens kerst, ook al beuken de kids elkaar de hersens in om de kerstengel.

Ik wil even weer geloven dat ik me ook weer kind mag voelen tijdens deze dagen. De opwinding van de kinderen is mijn opwinding. Ook ik hoop op kadootjes die ik niet voor mezelf heb gekocht of nadrukkelijk heb moeten aanwijzen.

 

Ik geloof! Laat me nou. Zo kan het kind in mijn hart er ook weer even zijn. Zo kan ik ook weer eens gewoon midden op het schoolplein met mijn man een heus sneeuwgevecht houden. En dan denk jij vast, “dat zou ik ook wel willen”…