Loading...
Moederschap

Niet pluis in een huis met luis

Niet pluis in een huis met luis.

 

Ken je ook die oproepjes op het prikbord bij school: “Pluismoeders gezocht”. Na elke vakantie worden de kinderkoppies door de pluismoeders (en vaders!) besprongen om te kijken of er niets rondsluipt wat we daar niet willen: Luisjes.

Natuurlijk geloofde ik dat wel en bij het invullen van de ouderparticipatielijsten sloeg ik luizenpluizen dan ook over. Laat dat klusje maar aan iemand anders over.

 

Op een dag, ik had net een nieuw haarmiddel gebruikt, had ik kriebels. Kriebels, dacht ik, ik kan dus niet tegen dit haarproduct. Maar na drie keer wassen waren de kriebels niet weg. Twijfel slaat toe. Zou het dan toch??? Een moeder bood aan me te pluizen. Gelukkig niets te zien. Ze raadde me toch aan een kam te kopen en eens te kammen.

Drie dagen later (oh ja, ik moest nog een kam kopen) hing ik boven de douchebak op mijn knieën.

De enige nuchtere gedachte die ik had toen ik met het blote oog pootjes kon tellen was:  “Oh, dat is duidelijk”. Ik wist toen niet dat het ergste nog moest beginnen.

 

De jongste was de dag ervoor ook gepluisd op school, maar daar werd ze goedgekeurd. Er zaten wel wat neten in het haar, maar de gedachte was dat die oud waren, gezien de locatie op het haar.

Met de kam boven de douchebak kwam het kriebelgespuis er meteen uit. Maar waarom hadden mijn kinderen dan geen kriebels gehad?

De kids gingen in ieder geval met grote grijns weer mee terug naar huis toen ik het meldde op school. “Joepieeee, we hebben vrijijijij”.

Ook zij wisten toen niet dat het ergste nog moest beginnen.

 

Na grondige bestudering op het internet welke middelen er zijn en wat luis is en doet kon ik mijzelf gaan bestempelen als luisexpert. Ik wist alles over die beestjes en kon zo dus goed geïnformeerd aan de slag met luizen bestrijding. Voor mezelf koos ik voor een ouderwets paardenmiddel: petroleum. Troep natuurlijk, maar gegarandeerd in 1 behandeling helemaal vrij van het luisgespuis.

Daar zat ik dan op de bank met een handdoek op mijn hoofd. Mijn man keek me onderzoekend aan. “Het prikt een klein beetje, niets ernstigs”, deelde ik hem stoer mee.

Na een uur zat ik op hete kolen of beter gezegd, ik was letterlijk en figuurlijk licht ontvlambaar.

“Ik weet niet of ik dit red”, piepte ik nog met een flauwe lach om me dapper te houden.

Ik heb afleiding nodig, grote afleiding. Ik zou namelijk niet toegeven dat ik halverwege toch op moest geven en alles voor niets was geweest.

Nog nooit ben ik zo blij geweest dat er 2 uur voorbij waren gegaan.

 

Voor de meiden had ik twee natuurlijke middelen gekozen. Dat betekende in het begin elke dag twee keer wassen en kammen en als er niets uitkwam nog maar 1 keer. Mijn meiden hebben lange haren. Ik hoef denk ik niet te vertellen hoe deze gedetailleerde kambeurten verliepen. Ik mag ’s morgens al bijna niet kijken naar hun haar, laat staan gewoon borstelen en nu dan dit!  De oudste besloot acuut dat er zo’n 10 centimeter van haar haar af mocht, Halleluja!  De jongste was wat behoudender, maar zag er erg hip uit na een knipbeurt ala mama. Hier en daar nog een lange pluk en een pony met een flinke hap eruit.

 

En dan de was, de was, ohhhh neeeeeee, de was. Alles van stof moest eraan geloven. Het werd in het washok gegooid of in vuilniszakken in de schuur gezet. In het washok liep ik over een halve meter wasgoed. Het washok werd natuurlijk meteen tot verboden gebied verklaard voor de kinderen. Stel je voor dat er nog 1 luisje snel genoeg was om zo via hun sloffen en broekspijp weer omhoog te klimmen naar hun haar. Op de deur zou een bordje moeten komen met een waarschuwing voor gevaarlijke stoffen.

Mijn paranoia is officieel begonnen.

 

Overal zag ik “iets” en wat dat “iets” was, werd nauwkeurig minutenlang in het felle licht bestudeerd. Heeft het pootjes? Pakt het zich vast aan een haar? Is het hard of zacht? Wat is het? Zou het…? Nee gelukkig, het is een pluis. Het motto was dan ook: “is het niet luis dan is het pluis en is het niet pluis dan is het luis”.

Meteen ook geleerd dat het dragen van zwarte sokken in deze periode niet is aan te raden.

 

Groot respect heb ik ook gekregen voor kamermeisjes. Het was heerlijk om elke dag in een schoon bedje met zachte, verse lakens te stappen. Alleen was het dagelijks verschonen van de bedden nou niet echt een leuke taak. En betaald kreeg ik er ook geeneens voor.

En wat baalde ik als ik een was miste, omdat ik het knopje niet hard genoeg had ingeduwd. Er leek geen einde te komen aan de stapel was. En overal kwam weer meer vandaan.

Nadat ik een avond thuiskwam, zag ik overal verkleedkleding liggen. Aaaaaahhhhh neeee, ik ben de verkleedkleding vergeten!!! Stel dat daar nu ook nog een luis in heeft gezeten. De luis werd opgeblazen tot groot monster die geniepig en slim was en mijn rigoureuze aanpak handig zou omzeilen. Dat zou mij niet gebeuren!!

 

Manlief zorgde deze week voor het eten.

“Wat eten we vandaag”, hoorde ik vanuit de keuken.

Hij hing boven de vriezer.

“We hebben nog heerlijke winterjas, kleurige badpakken, taaie haarelastiekjes of een gezellige knuffel in de vriezer liggen”

“Wat dachten jullie van frietjes, kinderen?”

“Jahahahaha frietjes!”

Toch nog enkele lichtpunten in de luizenpluisduisternis.

 

Dag 5, ik had overal kriebels. Nee toch. Dat zou toch niet dat ene luisje zijn, die ontsnapt is aan mijn hetze tegen hem? Ik vroeg mijn man mijn hoofd te bestuderen, want het kon gewoon niet. Ik had al dagen niets meer aangetroffen bij het kammen en alles was nu in de was of in quarantaine in de schuur (30 vuilniszakken tot het plafond opgestapeld, inclusief vloerkleed en gordijnen)

“Uhhh”, begon manlief voorzichtig, “je hoofdhuid laat los”.

Oh gelukkig, geen luis. Die sneeuw in oktober op mijn hoofd was totaal onbelangrijk. Deze kriebels had ik daar wel voor over.

 

Het einde was in zicht. De vloer van het washok was weer te zien, de controle was terug.

Opgelucht zwaaide ik naar mij man toen ik de kids naar school bracht. Hij barstte in lachen uit. Wat nou weer.

“Ehh schatje”, zei hij liefjes, “je prijskaartje hangt nog onder je oksel”.

Het enige vest wat ik nog aankon, was bij deze officieel luisvrij.

 

Het grote afkikken is begonnen. De paranoia wordt langzaam minder.

Om te eindigen met de laatste alinea uit het kinderverhaal “Het luizenleven van Listige Luisje Leo” wat ik heb geschreven in deze periode: …”En toen was het moment daar. Een vreselijke lucht drong in de neus van Leo door. Hij begon wazig te zien en wat gek, hij zag allemaal mooie grote bellen om zich heen. En dat was het laatste wat Leo zag voordat hij naar de luizenhemel ging. Listige Leo had lang allerlei gevaren kunnen ontwijken, maar uiteindelijk was de mens toch listiger”…

 

En vervang in de laatste zin “mens” maar gerust door “moeder”!

 

 

 

Leo’s verhaal:

http://kittykroone.hyves.nl/blog/28318534/Kinderverhaal_Het_luizenleven_van_listige_luis_Leo/lKNz/