Loading...
Moederschap

Is een opgeruimd huis een opgeruimd hart?

Is een opgeruimd huis een opgeruimd hart?

 

Je kent de situatie vast wel. Je haalt de kids op van het kinderdagverblijf of school en binnengekomen is het een wirwar van luidruchtigheid, jassen, schoenen en tassen. Voordat je ook maar goed en wel iets kunt zeggen in de trant van: “ruim je sch…, neem je tas….”, zijn de kids al naar boven gestuift, Zo ook bij mij.

 

Ik zucht als ik naar de spullen op de grond kijk. Soms heb ik geluk, dan ligt alles op 1 stapel op mijn bureaustoel, dat scheelt alweer bukken. Steeds neem ik me weer voor er wat van te zeggen en dat ik NU ga beginnen met de regelmaat om ze te leren op te ruimen, maar het lijkt wel of ik steeds niet snel genoeg ben.

 

Dus doe ik de schoenen maar in de bak, leg de jassen netjes op de stoel (soms voel ik me zelfs genegen het op de kapstok te hangen) en neem de tassen mee naar boven. Daar is het ondertussen rustig geworden, de kinderen zitten voor de TV. Snacktijd. Weer chaos als ze naar de keuken rennen en alle laden opentrekken. “Wat is er ook alweer mama”. “Zelfde als gisteren”, wil ik zeggen, maar weer krijg ik de kans niet. Van alles wordt uit de la getrokken om te kijken wat er ook alweer was. Nadat ze benoemd hebben wat ze willen, rennen ze weer terug naar de TV en weer ligt daar een berg spullen.

 

Grom, weer opruimen.

 

Opruimen is toch wel één van de sleutelwoorden van het moederschap.

Ik kijk naar hun speelhoek. Driehoog ligt alles opgestapeld op de plank. Het is hun speelhoek en zij moeten hem netjes houden, is mij wel eens volledig opvoedkundig verantwoord gezegd. Helaas is de realiteit anders. Ik probeer me eraan te houden en leg dan maar alleen de spullen van de grond op de plank, zodat de hulp daar in ieder geval kan stofzuigen en dweilen.

En vragen zoals: “mam ik kan dit en dat niet vinden”, wimpel ik af met het standaard antwoord “dan moet je eerst maar eens opruimen, dan vind je het vanzelf”. En dan gaan mijn kids natuurlijk als een razende opruimen! Ehh nee, dus niet. De schouders worden opgehaald en er wordt gewoon gezocht naar iets wat niet bedolven ligt onder driehoog.

 

Zelfs het innen van het zakgeld is geen motivatie genoeg om de boel op te ruimen. De oudste krijgt pas zakgeld als ik het in haar boekje kan schrijven, maar dat ligt dus daar ergens onder. Wat motiveert mijn kids om op te ruimen? We hebben al verschillende zaken geprobeerd. Je kent ze wel. De grote vuilnis zak en bijbehorende woorden: “alles wat niet opgeruimd is verdwijnt bij het afval”. De uitvoerige complimenten: “wat goed, wauw, netjes hoor en vind je het nu ook niet lekker dat je weer alles kunt vinden?”. De straffe woorden: “En nu gaan jullie eerst opruimen en alle tijd die het kost gaat af van de leuke dingen die we zouden doen”. Soms is het dan eindelijk een keer opgeruimd, hoera! En de volgende dag ligt het gewoon weer driehoog…

 

Mijn kids hebben gewoon teveel spullen. Eerlijk is eerlijk, mijn koopwoede voor de kids, vooral toen ze nog baby waren, was onbedaarlijk. Alles was zoooo leuk. En met pijn in mijn hart deed ik iets weer weg als ze er te groot voor werden, want ze hadden er toen zo leuk mee gespeeld of toen was dat haar favoriete speeltje. En dat gaf ik ze mee. Wat je wilt, dat koop je gewoon.

Nu ze ouder zijn en ik wel heb geleerd niet alles voor ze te kopen (ook al is het toch zoooo leuk, leerzaam, handig) zijn zij helaas het ontvangen niet verleerd.

“Mama”, zegt mijn oudste van zes een keer in de auto, “deze auto is toch eigenlijk wel heel oud hè, eigenlijk wil ik wel een nieuwe en dan een ka-brie-ooo-let”. Tja. Van mijn antwoord wordt ze wel stil, maar of het indruk maakt… “Nou liefje, ik hoef geen andere auto, deze rijdt nog prima en sterker nog, als deze auto het niet meer doet, dan hebben we geen geld voor een andere auto, dan moeten we alles op de fiets doen”. “Oh”, is het enige wat ze uitbrengt. Kon ik nu maar in dat koppie kijken wat ze dacht.

 

Als ik dan denk aan wat ik in hun dagboekjes las. Tot een jaar of 3 was opruimen voor mijn kinderen een belangrijke structuur. Althans, niet het opruimen van hun eigen spullen, maar wel die van anderen.

Elke propje, papiertje, prulletje werd van de straat opgeraapt. “Bah mama”, werd er dan met een vies gezicht gezegd, “isse afval, moet in pjujjebak”. Zelfs peukjes werden vastbesloten opgeruimd. “Stoute mensse, moete opjuime”, klonk het vaak. Hoe dat onderscheidt in opruimen zich vormt is mij een raadsel, maar trots was ik wel een beetje op haar zo milieubewuste aanpak. Ik praatte dapper en soms wat harder met haar mee. “Ja schat, dat is niet goed, hè, dat mensen zo het afval op straat gooien”.

 

Gelukkig hebben ze nog steeds wel die liefde voor de natuur en alles wat er niet in hoort. Nog steeds willen ze graag de natuur schoon houden en komen er afkeurende woorden als er troep op straat ligt. Zelfs iemand die achteloos iets op straat gooit word als een milieupolitie bekeurd met weer net iets luidere stem: “Ohhhhh mama, dat hoort die meneer toch niet op straat te gooien?”

Bekende gevoelens en gedachten schieten door me heen: “dat zeg je toch niet en wat goed dat ze dat zo durft te zeggen”. Ik zou ook wel tegen iedereen willen zeggen die van de natuur een rommeltje maakt, dat ze hun troep moeten opruimen, maar ja…

 

Gelukkig vult hun opgeruimdheid voor de natuur mijn hart met meer trots en vrede dan een opgeruimd huis.

 

Laatst op een boottripje kregen we lolly’s uitgedeeld. Tot mijn verbazing zag ik een mevrouw het papiertje zo over de reling loslaten. Maar ik durfde niets te zeggen. Ze maakte de lolly voor haar man open en weer ging het papiertje over de reling. Ik had de lippen al van elkaar maar durfde weer niets te zeggen. Ik werd eigenlijk wat boos op mezelf voor mijn lafheid. Nauwlettend hield ik haar vorderingen van sabbelen in de gaten. Het stokje, het stokje zou mijn overwinning worden.

De lolly was op en langzaam zag ik haar hand weer naar de reling gaan. NU! “Mevrouw, kan ik het stokje voor u weggooien?” Zonder iets te zeggen, blikken of blozen gaf ze mij het stokje en draaide zich weer om. Kon ik nu maar in haar hoofd kijken wat ze dacht…