Loading...
Moederschap

Eerlijkheid

“Nu mag ik bij mama op schoot”, zegt de één terwijl, de ander er nog maar 10 seconden op zit. “Anders is het niet eerlijk, want jij zit er nu al heeeeeel lang op”. Zuchtend denk je: hier begint het drama weer. En ja hoor, zus wordt bij de arm gegrepen om duidelijk te maken dat ze van schoot moet. Zusje wil niet en grijpt zich nog harder aan mij vast. Zus begint nog harder te trekken en te schreeuwen: “nu ben IK, het is niet eerlijk”. “Niet waar”, zegt zusje. Ondertussen gaat het volgens mij niet meer om mij want ik zit tussen dit geruzie in en mij wordt niets gevraagd.

 

Alles moet in afgepaste hoeveelheden gaan, op de milligram nauwkeurig. Ik wordt daar soms (lees meestal) zo moedeloos van. En dat kun je lezen met een R ertussen: was ik nu maar even geen moeder. En eigenlijk ben ik dat op zo’n moment niet meer, maar scheidrechter als ze me vragend aankijken wat IK (alwetende) er nu aan ga doen.

 

Natuurlijk wil ik ook dat alles even eerlijk gaat, met de gedachte erachter dat ik dan tenminste geen ruzie (en rust) heb. He-laas, dàt is dus een illusie. Bovendien ben ik ook maar moeder en houd niet de hele dag bij wie hoeveel minuten op schoot heeft gezeten. Wie er het eerste een snoepje heeft mogen uitkiezen. Wie er als eerste de TV heeft mogen aanzetten (en wie weer uit). Wie ik gisteravond als eerste naar bedje heb gedaan. Hoeveel kusjes iemand heeft gekregen. Wie de roze beker heeft gehad etc. En als ik het dan wel heb bijgehouden, dan nog is volgens de één cq ander toch niet waar.

 

Vooral bij de oudste (dan 6) moet al het bewijs schriftelijk worden geleverd en dan nog hoor ik haar mompelen: “En toch is het niet waar…”

 

Na heel lang mijn best te hebben gedaan om alles zo eerlijk mogelijk te hebben laten verlopen (ik tel dus echt af hoeveel m&m’s er in het bakje gaan) en toch steeds weer in de valkuil te vallen dat ik het niet win was mijn nieuwe stopzin: “Tja, schatje het leven is nou eenmaal niet altijd eerlijk”.

 

Meteen denk ik aan alles wat ik niet eerlijk vind: Het is niet eerlijk dat ik zoveel moet doen in het huishouden. Het is niet eerlijk dat de kinderen mij niet geloven als ik eerlijk alles heb afgepast. Het is niet eerlijk dat de kinderen altijd naar mij toekomen, ook al zit papa naast me. Het is niet eerlijk dat ik ’s morgens geen tijd heb om even lekker rustig te tutten.

 

Maar in plaats van deze tirade naar ze af te spelen over wat ik allemaal niet eerlijk vind, zeg ik wijsheden als: “wat je in de wereld brengt krijg je ook weer terug. Dus als jij oneerlijk bent naar een ander, zal die ook oneerlijk zijn naar jou” of “Het is ook niet eerlijk dat de kindjes in Afrika geen brood hebben en jullie wel”. In de hoop dat ze het grotere perspectief zien, dat het zijn vruchten ooit afwerpt.

Even is het stil, ze denken, en dan gaat het geruzie gewoon weer door. Te klein voor het grote perspectief.

 

Het is dus ook niet eerlijk dat ik zo mijn best doe en niet zie dat er wat veranderd. En toch blijf ik volhouden, want ergens heb ik de hoop dat het op den duur wel blijkt dat het is aangekomen.

 

Ik zal het nog even moeten uitzingen totdat ze 7 jaar worden. Vanaf die tijd groeit het geweten van een kind en krijgt het inzicht in zaken als eerlijkheid en oorzaak gevolg van eigen daden. Tot die tijd is het mijn taak om het ego van mijn kinderen zo min mogelijk te beschadigen en zo groot te laten groeien als binnen onze opvoedingsgrenzen past.

 

En die grenzen worden natuurlijk regelmatig getest door de kinderen. Mijn hersenen maken overuren van al die grenzen die we ooit hebben bepaald en waar we natuurlijk zeer bedacht op willen zijn. Want anders heb ik weer de ander die me er fijntjes aan herinnert, dat dit de vorige keer niet zo was (en dus is het niet eerlijk). Nog meer hersens kraken om het me te herinneren. Ik check ook even met vaders of die het zich nog herinnert. Vaders haalt schouders op (sorry moeders, komt toch bijna altijd weer bij ons terecht.) Alle laatjes in mijn hoofd heb ik open gemaakt om het antwoord te vinden. Het zit er niet meer, ik kan het niet meer vinden en trek dus maar het alom bekende laatje open: “Ik weet het niet meer en dat maakt ook niet uit, want mama is de baas en het gebeurd zoals IK het zeg”.

 

En kijk, daar start het drama weer. “Het is niet eer-lijk, mamaaaaa!!!” Ik krijg ook nooooit mijn zin, ik moet al-tijd doen wat jij zegt”. De cirkel is rond. Conclusie: Als moeder ben ik nooit eerlijk. En dat neem ik dan maar voor lief. Ik blijk kijken naar het grotere perspectief.

 

Soms echter blijkt er toch wel wat te blijven hangen. Want als ze eens hun eten niet willen opeten en ik kom weer met “afrika”, komt de oplossing: “Ik doe het zo wel in een boterhamzakje en dan doen we het op de post naar hun toe”.