Loading...
Kinderverhalen

Leo Luis

Het luizenleven van listige luis Leo

 

Leo is zijn naam en Leo is een luis en niet zomaar een luis. Leo is een listige luis! Hij verzint allerlei slimme manieren om het gevaar voor te zijn. Het gevaar zit overal, maar dat hoort bij een leven als hoofdluis. Voorlopig had hij een heel rustig leventje. Het hoofd waar hij op zat was heerlijk schoon en samen met zijn broertjes, zusjes, ouders, ooms, tantes, opa’s en oma’s was het ook heel gezellig daar. Het was een drukte van jewelste. Veel geklets en eten in overvloed. Gewoon even zijn neus in het hoofd steken en vol laten lopen. Makkelijker aan je eten kon je niet komen! Het grootste gevaar dat er op dit moment was, was alleen die hand die af en toe erg dichtbij kwam om hem proberen weg te krabbelen. Maar Leo was snel, hij rende meteen weg en zo redde hij zich al een poosje.

 

Nee, het leven was goed hier op het hoofd. Toch verveelde Leo zich de laatste tijd. Er waren wel steeds andere vriendjes en vriendinnetje, maar de smaak van het eten ging hem ook wat vervelen. Hij was toe aan een nieuwe uitdaging, aan nieuw bloed, een nieuw avontuur. Daarom zei Leo zijn hele familie gedag.

“Ik ga op avontuur”, zei hij, “kijken wat er nog meer in de wereld is”!

“Goh Leo, wat spannend“, zeiden de anderen en ze wensten hem succes. Op een rustig moment tijdens het spelen van zijn gastheer kroop hij de kraag van de jas is. Hij had die kraag al vaker gezien en wist nu precies hoe hij daar moest komen en hoeveel tijd hij daarvoor nodig had. Het was gelukt! En nu maar wachten tot hij iets nieuws rook.

 

Op een dag rook hij inderdaad iets nieuws. Het kwam vlak bij hem vandaan.

“Snuf, snuf snuf, dat ruikt wel heel lekker!”

Leo ging op pad. Maar wat was dat nu? Hij probeerde over te stappen vanaf de jas naar dat andere ding, maar waar hij zijn pootjes ook probeerde te zetten, hij kon zich niet vastpakken en gleed steeds op zijn snoet. Au! Hij had wel eens van andere luizen over dit ding gehoord.

“Het is vast een luizencape”, dacht Leo.

Helaas, Leo moest dus nog even wachten met zijn grote oversteek.

 

De jas kwam weer in beweging en Leo was erg nieuwsgierig waar hij nu naar toe ging. Het schommelde wel heel erg nu en plots met een bons lag hij weer stil. Het was hier donker. Leo liep langzaam rond om uit te vinden waar hij was.

“Heeee, hier is een heel andere geurtje” zei Leo opgewonden. “Joepie, er ligt een andere jas boven op de jas van mijn gastheer!”.

Vol goede moed trippelde hij naar de andere jas.

Al snel kwam er weer beweging in de jas. Zo, nu was zijn kans. Snel klom hij de haren in van zijn nieuwe gastheer. Hmmmmm, wat rook het lekker, snel eten, want het was alweer een poosje geleden dat hij dat had kunnen doen. Na het eten, maakte hij een ommetje op het hoofd.

“Wel een saai hoofd”, dacht Leo, “er is niemand te bekennen”.

Een paar dagen leefde hij op dit hoofd en toen was Leo het weer zat. Er was niets te doen en dus zocht hij weer naar manieren om een gezelligere omgeving te vinden.

Toen zijn gastheer sliep sloop Leo naar een leuke knuffel die hij dicht tegen het hoofd van zijn gastheer vond. Hij kroop er op en wachtte weer af wat er zou gebeuren. De knuffel werd meegenomen de auto in en na een ritje zag hij waar hij uitkwam. Het was blijkbaar een logeerpartijtje! Leueueuek! Hij was dol op logeerpartijtjes! ‘S avonds in bed kroop hij snel van de knuffel af en rende naar dat andere lekker geurtje wat hij rook. Dit waren de lekkerste haren die hij tot nu toe had gevonden! Leo ging meteen eten. Wat was dit een lekkere smaak! Na het eten was hij moe, rekte zich even uit en viel tevreden in slaap.

 

De volgende morgen ging hij op verkenning. Hij kroop links en rechts, naar boven en naar beneden en net toen hij dacht dat er ook op dit hoofd niets te beleven was zag hij daar iets.

“Joehoeee” riep hij, “hallo-ho, wie ben jij?”

Achter een haar vandaan schuifelde een allerliefst meisjesluisje. Leo was meteen verliefd.

“Hoe heet je?” vroeg Leo verlegen.

“Ik heet Liesje”, zei het meisjesluisje en begon te blozen.

“Zullen we samen wat leuks doen?”

Dat wilde Liesje wel.

Samen met haar had Leo het heel gezellig! Ze wandelenden, kletsen en stoeiden. Op een dag was het tijd dat Liesje eitjes moest gaan leggen. Aan de slag! De eitjes moesten natuurlijk stevig worden vastgemaakt, want het leven op een hoofd is heel wiebelig en de eitjes moesten niet van het hoofd rollen! Met een stevig kleefmiddel plakten ze de eitjes vast aan een haar, vlak tegen het hoofd aan. Het was een heel karwei, want ze hadden zo’n 5 eitjes per dag te doen. Leo werd er wel een beetje moe van. Maar nog moeier werd hij toen de eitjes na een dag of 5-7 uitkwamen en de kinderen om hem heen renden. Nu had hij helemaal geen rust meer! Waar was zijn rustige luizenleven gebleven!? Maar Leo was een doorzetter en deed zijn taken zoals het moest. Zolang hij af en toe maar een hapje kon eten en kon knuffelen met zijn Liesje kwam alles weer goed. De kinderen werden tenslotte al snel groot en zouden na een weekje Leo en Liesje helemaal niet meer nodig hebben.

 

Op een dag, Leo lag lekker te slapen, werd hij wakker van hard gegil. Toen hij z’n ogen opendeed zag hij iedereen om zich heen wegrennen. Wat was er aan de hand? Oh jee, het is luizenpluis tijd! Hier had hij ook al van gehoord. Als het luizenpluis tijd was, was het niet pluis. Dat betekende dat ze zouden worden ontdekt! Snel probeerde Leo zich te verstoppen, maar ze waren ondertussen met zo veel, dat alle goede verstopplekjes al bezet waren.

 

Leo dacht na. Als hij nu niet snel een andere gastheer of vrouw vond was het met hem gedaan!

Hij keek Liesje aan, paniek stond in haar ogen.

“We moeten weg Liesje, het is hier niet meer pluis op dit hoofd!”

Bij de eerstvolgende gelegenheid zouden ze proberen over te stappen. Waar zouden ze naartoe gaan? In de auto? Of misschien de fietshelm? Misschien waren er nog verkleedkleren waar ze snel naartoe konden of de kussens van de bank. Genoeg keuze, maar weinig tijd!

 

Ze hoorden water stromen. Gewoon water zouden ze wel overleven, dat hadden ze al vaker gedaan. Wasbeurten, zwempartijen, geen punt. Gewoon wat vaster aan de haren vasthouden en dan was het zo weer voorbij. Opeens zag hij scherpe punten op zich afkomen.

“Rennen iedereen!” riep hij.

Hij zag dat velen van zijn familie door de kam van het haar werden weggekamd. Er was grote paniek.

“Kijk uit, er komt water aan, hou je vast!”, schreeuwde Leo.

Ze klemden zich weer vast aan een haar.

En toen was het moment daar. Een vreselijke lucht drong in de neus van Leo door. Hij begon wazig te zien en wat gek, hij zag allemaal bellen om zich heen. En dat was het laatste wat Leo zag voordat hij naar de luizenhemel ging. Listige Leo had lang allerlei gevaren kunnen ontwijken, maar uiteindelijk was de mens toch listiger.